
Woordenboek
Darwinisme | Leer van de Engelse natuuronderzoeker Charles Darwin over het ontstaan der planten- en diersoorten |
Dalecarlicus | afkomstig van de Zweedse streek Dalecarlia of Dalarna |
Dampspannningsdeficit | het verschil in dampspanning tussen twee punten; bij verdamping door planten het verschil in dampspanning in de huidmondjes (d.i. de verzadigde dampspanning bij de heersende temperatuur) en de dampspanning van de lucht buiten het blad. De waterdamp diffundeert van de plek met de hoge dampdruk in het blad naar de plek met de lage dampdruk (de buitenlucht). Het dampdrukdeficit is de drijvende kracht achter de verdamping. |
Davidia | naar Franse missionaris en natuurkenner Armand David |
Dawyck | beroemde Schotse tuin aan de oevers van de Tweed |
Decaisneanus | naar Joseph Decaisne, Franse botanicus en tuinbouwkundige |
Demarcatiezones | concentraties van schimmeldraden op de plaats waar de domeinen van schimmels aan elkaar grenzen en/of waarmee een schimmel het ‘klimaat’ in een bepaald deel van het hout kan beheersen |
Dendrologische waarde | de waarde van een boom vanwege het uitzonderlijke van soort, variëteit of cultivar binnen een soort |
Dentatus | Getand |
Deuteromyceten | schimmels die uitsluitend ongeslachtelijke sporen vormen |
Devoniensis | uit Devon, Engeland |
Dicotyl | tweezaadlobbig, d.w.z. met twee zaadlobben (bladachtige delen) aan de kiem in het zaad; dit in afwijking van de monocotylen die één zaadlob aan de kiem hebben. |
Diffusie | mengingsproces, waarbij door het bewegen van moleculen concentratieverschillen tussen twee met elkaar in verbinding staande volumes worden vereffend. Dit kan zowel in een vloeistof (water) als in een gas (lucht) optreden |
Digitaliseren | gegevens geschikt maken voor de computer |
Digitatus | Vingervormig |
Dilateren | toename van de omtrek opvangen door het tussenvoegen van cellen; het cambium voegt alleen cellen tussen de bestaande cambiumcellen toe, de bast vormt speciaal sponsachtig (zacht) weefsel: dilatatieweefsel |
Dioicus | tweehuizig: de eenslachtige bloem gescheiden op mannelijke en vrouwelijke planten |
Dissectus | diep ingesneden of in segmenten verdeeld |
Distichus, -um | in twee evenwijdige rijen |
Diversifolius | met verschillende bladeren |
Domesticus | ingeburgerd; komt veel voor in tuinen |
Doorbinden | het aan een stok of andere steun vastbinden van de stam of hoofdtak ten einde deze recht omhoog te leiden bijv. bij treurvormen |
Doorgaande spil | stam die zonder vertakkingen doorloopt tot in de kroon |
Druipen | het neervallen van druppels honingdauw als gevolg van een zware aantasting van bladluizen |
Drukhoogte | de kracht waarmee het vocht in de bodem wordt vastgehouden (voorheen zuigspanning genoemd) |
Drummondii | naar de kweker Thomas Drummond |
Dubbel gezaagd blad | blad waarvan de tanden van de gezaagde rand nogmaals gezaagd zijn, bijv. bij de Betula (Berk) en Ulmus (Olm) |
Dumosus | een struweel vormend |
Hier vind je het volledige overzicht van het woordenboek.
Aanvullingen of opmerkingen zijn altijd welkom, laat dus van je horen en reageer. Vind je dit goeie informatie of gewoon leuk wat ik doe dan kan jij mij steunen door het even te tweeten, facebooken of iets anders, zie hieronder. Alvast bedankt voor de steun!
Groeten, De Boomdokter.